Nederlands onderwijs

Een vierjarig vmbo-programma is een combinatie van algemeen en beroepsonderwijs. Na het vmbo kun je deelnemen aan een opleiding aan een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs van één à vier jaar.

Om deel te nemen aan het hoger onderwijs moet je of havo (vijf jaar) of vwo (zes jaar) hebben afgerond. Voor toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo) is minimaal een havodiploma nodig. Het vwo bereidt leerlingen voor op de universiteit en geeft toegang tot het wetenschappelijk onderwijs (wo).

De laatste twee jaar havo en de laatste drie jaar vwo worden omschreven als de bovenbouw van het middelbaar onderwijs. Tijdens deze jaren kiezen de leerlingen voor een van de volgende vier profielen: natuur en techniek, natuur en gezondheid, economie en maatschappij of cultuur en maatschappij. Er zijn twee soorten instellingen voor hoger onderwijs in Nederland: universiteiten en hogescholen. Het hoger onderwijs kent drie niveaus: Bachelors, Masters en PhD.

De universiteiten bieden programma's voor wetenschappelijk onderwijs (wo) in vakken die uiteenlopen van talen tot rechten. Ook bieden ze de mogelijkheid om een doctorstitel te behalen (minimaal vier jaar studie). Hogescholen zijn gespecialiseerd in zeven praktische gebieden: landbouw, technologie, economie en bedrijfskunde, boekhouding, gezondheidszorg, beeldende kunsten en podiumkunsten, onderwijs en sociaal welzijn.

Meer over het Nederlandse onderwijsstelsel is te vinden op: www.studyinholland.nl