Geschiedenis van Den Haag

Den Haag is een hele speciale stad achter de duinen. Een charmante, persoonlijke stad die mensen aantrekt uit alle hoeken van de wereld om samen te werken aan belangrijke beslissingen en een betere wereld te creëren. Den Haag is de zetel van de Nederlandse regering en de internationale stad van vrede en recht.

Neutraal grondgebied

De geschiedenis van Den Haag begint in de middeleeuwen. Rond 1230 begon Floris IV aan de bouw van een residentie in ‘Die Haghe’, die nu bekendstaat als het Binnenhof. Het was een tijd waarin de spanningen tussen de diverse Nederlandse landeigenaren vaak tot conflicten leidden, en Die Haghe was ver verwijderd van deze dreigingen. Het was een goede plek voor een rustig toevluchtsoord of voor een ontspannende koetstocht. Ook was het een uitstekende plek om conflicten vreedzaam op te lossen.

In 1433 kwam Holland in handen van de Bourgondiërs. Vanaf die tijd is Den Haag de zetel van de wetgevende vergadering van stadhouders, de officiële vertegenwoordigers van de Nederlandse landadel. Zo ontwikkelde Den Haag zich tot een regeringscentrum. Toen echter in 1568 de Tachtigjarige Oorlog uitbrak, braken er moeilijke tijden aan, met grote armoede. In 1575 gingen er zelfs stemmen op om de stad met de grond gelijk te maken. Gelukkig greep Willem van Oranje in en wist Den Haag zijn positie als vergaderplaats te herwinnen – oorspronkelijk voor de Staten van Holland en later voor de Staten-Generaal. Het resultaat was dat Den Haag uitgroeide tot de officiële zetel van de regering van de Republiek der Nederlanden, toen deze in 1588 werd uitgeroepen.

Stedelijk dorp

Rond 1600 bereikte Nederland het toppunt van zijn glorie met het aanbreken van de Gouden Eeuw. Ook Den Haag doorging een periode van bloei. Stadhouder Willem Frederik vestigde zijn hof in Den Haag: er werden statige huizen en paleizen gebouwd en er ontstond steeds meer een sfeer van cultuur en verfijning in de stad. Den Haag ontwikkelde zich tot een echte stad, al heeft het die status nooit officieel gekregen. Den Haag bleef een 'stad zonder stadswallen', zowel letterlijk als figuurlijk: de open en gastvrije aard van de stad zorgde ervoor dat Den Haag een stad was waar mensen uit de gehele wereld zich thuis zouden voelen. 

De welvaart die ontstond leidde echter ook tot toenemende spanningen tussen de provinciale autoriteiten en de stadsbestuurders, tussen religies en politieke bewegingen, en tussen arm en rijk. Tijdens deze periode van scherpe contrasten bood de stad een vruchtbare voedingsbodem voor grote denkers, zoals Spinoza. De spanningen die gepaard gingen met deze ontwikkelingen, kostte echter ook een aantal belangrijke staatslieden het leven, zoals Johan van Oldenbarnevelt en Johan de Witt. Zij werden in Den Haag vermoord in respectievelijk 1619 en 1672.

Voor de Republiek der Nederlanden vormde de 18de eeuw een periode van stagnatie. De aanwezigheid van hooggekwalificeerde overheidsfunctionarissen en diplomaten in Den Haag zorgde echter voor economische stabiliteit. Tevens vormde dit voor veel inwoners van Den Haag een belangrijke bron van inkomsten.

Vandaag de dag geven de vele diplomaten en internationale organisaties die zijn gevestigd in Den Haag, nog altijd een belangrijke impuls aan de plaatselijke economie. Sterker nog, voor elke expatriate die zich in Den Haag vestigt, wordt één extra baan gecreëerd. Onze internationale gastvrijheid draagt niet alleen bij aan een betere wereld, maar ook aan onze economische welvaart.

Den Haag als hofstad

In januari 1795 werd de Republiek der Nederlanden binnengevallen door Frankrijk. Stadhouder prins Willem V vluchtte daarop met zijn familie naar Engeland. Achttien jaar later keerde zijn zoon – Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau – terug naar Nederland. Hij landde op 30 november op het Haagse strand bij Scheveningen. Het Koninkrijk der Nederlanden was geboren. Vanaf die dag staat Den Haag ook bekend als de hofstad: de stad is niet alleen de zetel van de regering, maar ook de officiële verblijfplaats van de koninklijke familie. Deze speciale status is terug te zien in de unieke koninklijke allure van Den Haag.

Groei en voorspoed

Naarmate het aantal overheidsfunctionarissen in de negentiende eeuw toenam, breidde de stad ook verder uit. Buurten als Willemspark, de Schilderswijk, het Zeeheldenkwartier en de Archipelbuurt werden gebouwd. Na 1880 groeide de stad zelfs nog sneller; het culturele leven van Den Haag maakte tevens een periode van bloei door. Beroemde schilders en schrijvers, waaronder Mesdag, Israëls, Emants, Kloos en Couperus, woonden en werkten in Den Haag. Vanaf 1885 konden de Haagse dames gaan winkelen in ‘De Passage’ en ook de bouw van het Kurhaus, een groot hotel, gaf de nodige grandeur aan de Haagse kust.

Vredespaleis

Toen tsaar Nicolaas II van Rusland aan het einde van de negentiende eeuw inzag welke gevolgen de oorlog had gehad voor zijn eigen land en overige naties, besloot hij een vredesconferentie te organiseren. Hij was ervan overtuigd dat het mogelijk was oorlog te voorkomen door met elkaar het gesprek aan te gaan. Koningin Wilhelmina was familie van de tsaar en Nederland was daarnaast gemakkelijk toegankelijk en had een traditie van politieke neutraliteit. De tsaar besloot de bijeenkomst te organiseren in Nederland: in 1899 vond de eerste internationale vredesconferentie plaats in Den Haag. Het betekende het begin van de bijzondere rol van Den Haag als internationale stad van vrede en recht.

De conferentie werd bijgewoond door vertegenwoordigers van 26 landen. Het werd een groot succes en een aantal jaren later, in 1907, vond een tweede internationale vredesconferentie plaats. De Amerikaanse miljonair Andrew Carnegie bood bij die gelegenheid financiering voor de bouw van het Vredespaleis. Alle deelnemende landen hebben op de een of andere manier bijgedragen, bijvoorbeeld in de vorm van bouwmaterialen, decoratieve elementen of kunstwerken. Grote symboliek ging uit van het geschenk van Chili en Argentinië: zij kwamen met een kunstwerk dat was vervaardigd van wapentuig dat zij bijna hadden gebruikt voor een onderlinge oorlog.

De Tweede Wereldoorlog had diepe littekens achtergelaten in Den Haag en in 1948 kwamen vertegenwoordigers van 26 Europese landen, Canada en de Verenigde Staten bijeen voor een conferentie in de Haagse Ridderzaal. Het resultaat was dat de basis werd gelegd voor internationale samenwerking, hetgeen uiteindelijk zou leiden tot de oprichting van de huidige Europese Unie.

Vandaag de dag zijn er 160 internationale organisaties gevestigd in Den Haag. Daarnaast hebben veel vooraanstaande multinationals hun hoofdkantoor gevestigd in Den Haag, en van veel landen werken de ambassadeurs vanuit de Haagse ambassades. En laten we niet vergeten dat het Vredespaleis nog altijd de thuisbasis is van het Internationale Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage.

Voor velen is Den Haag uitgegroeid tot een internationaal symbool van vrede en recht. Of, zoals de Amerikaanse president Barack Obama bij de afsluiting van de Nucleaire Veiligheidstop in 2014 – de grootste internationale vredesconferentie die ooit in Nederland werd gehouden – zei, onder verwijzing naar een zeer moeilijk vertaalbaar Nederlands woord, dat een unieke combinatie uitdrukt van charme, gastvrijheid en genoeglijkheid: “It’s truly gezellig here too!”